Leestijd: 3 minuten

Afscheid in de nacht

Je geeft al dagen aan dat ‘het goed is zo’.
Je houdt medicatie ter verlichting van klachten af.
Ook vanavond houd je dit af vertelt mijn collega.

Nu, aan het begin van mijn nachtdienst in het hospice,
kom ik samen met de stagiaire van de late dienst bij je.
Ik ga naast je bed zitten en vraag of ik je hand mag vasthouden.
Dat vind je goed.
Je ligt niet ontspannen in bed.
Je gezichtsuitstraling ziet er gespannen uit.
Je ogen zijn afwisselend open en dicht.
Je kijkt mij niet veel aan.
Ik stel je gesloten vragen.
Je reageert kort met ja of nee, of knikt.
Je pols is moeilijk voelbaar.
Je vingertoppen en nagelriemen zijn paarsig gekleurd.
Je handen zijn steenkoud.

Ik vertel je dat je je nu in het laatste stukje van je leven bevindt.
Ik vraag of je dat beseft.
Je zegt ja.
Bij mijn vraag of je je overleden partner al hebt opgemerkt, knik je ja.
Je lijkt even in mijn hand te knijpen.

Ik geef aan dat ik en mijn collega’s je niet ontspannen vinden.
Dat je het verdient om met meer rust te sterven.
Ik vraag of ik je een tabletje morfine mag geven.
Je zegt ‘nee, nee, het is goed zo’.
Dat horen we de afgelopen periode vaker van je.

Toch zeg ik dat je het waard bent.
Dat je het verdient om met meer ontspanning over te gaan naar je partner in de oneindige energie.
We hebben daar eerder over gesproken samen.
Ik vraag of ik je dat tabletje mag geven.
Je knikt duidelijk ja.

De stagiaire haalt de Oxycodon voor je.
Met enkele slokjes water slik je het goed door.
We verlaten je kamer.
Je steekt je hand op en zwaait even.

De stagiaire geeft aan geraakt te zijn
ze kreeg tranen in haar ogen hoe dit moment verliep.

Na enkele minuten komen we weer bij je.
Ik vertel dat ik je beste vriend heb gebeld.
Hij wil als je dat wilt nu bij je komen zitten.
Of je dat goed vindt.
Je lijkt ja te knikken.
Ik zeg dat ik je niet wil betuttelen
maar dat ik het zeker wil weten of ik je goed begrijp.
Je knikt weer ja.

De stagiaire en ik kijken elkaar aan.
We merken allebei de bevestiging.
Vanaf het begin van de nacht zit je beste vriend naast je.
Je bent rustig weggezakt.
Je ogen zijn gesloten.
Je ademt regelmatig en hoog op de borst.
Je reageert niet meer op onze stemmen.

Ik leg je handdoek over je hoofd.
Zo deed je dat de laatste periode ook vaak.
Je leek daar steeds meer in te cocoonen.
Je neus is nog spitser geworden.
De binnenkant van je vingers zijn helemaal paars gekleurd.
Ik geef hem uitleg over het sterfproces.
En vraag naar zijn eerdere sterfervaring.

Nog geen twee uur later wordt er gebeld vanaf je kamer.
Ik loop snel, maar rustig, naar je toe.
Je vriend zegt: ‘Ik geloof dat hij niet meer bij ons is.’
Je bent rustig overleden.
De foto van je overleden partner en moeder zie ik bij je handen staan.

Je beste vriend verlaat het hospice nadat hij een kaarsje voor je heeft aangestoken.
Ik leg je bovenlichaam en hoofd recht.
Hardop zeg ik ‘sorry’ als ik een handdoekrol krachtig onder je kin druk.
De losse handdoek leg ik deels weer terug over je hoofd.
De airco gaat aan.
Ik doe verder niets.
Rust en ruimte voor jouw heengaan.

Uren later kan de huisarts komen schouwen.
Daarna duurt het nog even voordat de uitvaartondernemers komen.
Alles verloopt ontspannen en waardig.
Ik help mee met het in de kist leggen van je lichaam.
Het quilt, gemaakt door onze zorgvrijwilligers, ligt over je kist.
Ik denk dat je dat wel zou waarderen.

De uitvaartondernemer nodigt mij uit om voor je kist uit te lopen.
Het voelt even vreemd.
Ik ben om je naar buiten te begeleiden.
Het is onze laatste zorg vanuit het hospice.
In het donker van de nacht kijk ik de auto na die wegrijdt.

Ik glimlach.
Mijn lippen en onderkin trillen even.
In stilte denk ik:
Dank je wel voor wie je bent geweest.
Dank je wel voor wat je hebt betekend in dit leven.

Een paar uur later ben ik er weer.
Samen met mijn dochter bezoek ik de open dag van het hospice.
Ik laat haar een stukje van de tuin zien.
Precies achter jouw openslaande deuren
 – waar je de gordijnen nooit dicht wilde doen –
staan prachtige paddenstoelen, met een klein veertje ernaast.
Ik glimlach en denk aan de afgelopen nacht terug.
Als ik verder kijk zie ik een grote heksencirkel van paddenstoelen.
Wat een bijzonder gezicht.
Het is werkelijk waar prachtig, bijna betoverend.