Leestijd: 5 minuten

Zijn laatste gedronken biertje

Ik kom op de kamer bij een revalidatiecentrum waar het bed midden in de kamer is gezet, terwijl de man die erin ligt valgevaarlijk is, nauwelijks meer op zin benen kan staan en zo onrustig dat hij steeds uit bed wil. Hij ligt ook in een verlaagd bed met een valmat ervoor. De bewegingssensor is weggedraaid. Hij is naar de onderkant van het bed gekropen en hangt met zijn onderbenen over de reling van het voeteneinde heen.
Een slaaptent werd pertinent door hem geweigerd. Hij zou zich hier echt niet in laten opsluiten.

Deze 80-jarige man heeft ruim een week daarvoor twee nekwervels gebroken toen hij thuis van bovenaan de trap naar beneden viel, waarbij een stuk trapleuning is afgebroken, en waarbij ook alcoholgebruik meespeelde.
De breuk aan de nekwervels is stabiel maar kwetsbaar. Eén verkeerde val en hij zal direct komen te overlijden.
Het is dan ook verbazingwekkend hoe ik deze man, mijn vader, deze ochtend aantref, nog niet wetende dat ik samen met mijn zus ’s avonds laat aan zijn sterfbed zou komen te zitten.

Door de toename van zijn delirante gedrag, het niet meer kunnen gebruiken van alcohol, het bijna een week niet slapen en de enorme pijn bij elke beweging door de val van de trap, gaat hij hard achteruit. Het alcoholontrekkingsdelier komt keihard op de voorgrond te staan en hij is niet meer benaderbaar en niet meer aan te raken, horen mijn zus en ik later telefonisch die dag van de arts. Waarom ik niet bij mijn vader ben, vraag je je misschien af. Onze relatie is nogal complex geraakt de afgelopen 13 jaar na de scheiding van mijn ouders. Vanuit zelfbescherming heb ik al vaker langere tijd geen contact met hem gehad. Maar sinds de val van de trap ben ik veel bij hem geweest.

Ze hebben hem moeten sederen, waarbij hij acute ademstops kreeg; hij is aan de zuurstof gegaan en zijn lichaam verzwakt steeds meer.
Weer een telefoontje later geeft de arts aan dat ze niet weten of mijn vader hier nog uitkomt, en dat het goed is als wij komen. Geen seconde hoefde ik hierover na te denken; ik sprong in de auto.
We vierden toen met een dubbel gevoel de tweede verjaardag van mijn neefje in België, wetende dat onze vader was opgenomen ter revalidatie en dat hij uitgeput was.
Hard terugrijdend over de snelweg, en jawel hoor, met een snelheidsovertreding, kwam ook het innerlijke weten: ‘Hij gaat vandaag nog niet dood, hij sterft morgen op 10 mei.’ Dit gaf rust, en ik reed weer wat rustiger verder naar mijn vader.

Bij aankomst was het donker. Mijn vader was eindelijk tot rust gekomen en sliep met de zonodig sederende medicatie. Dat was maar voor kort. Vanaf het moment dat hij wakker was, was er ‘één en al onrust’, alleen maar uit bed willen, pijn en uitspraken als ‘laat mij maar vallen met mijn nek, dan is het tenminste voorbij.’

Een gebroken man, met een hard leven vol armoede, opgroeiend in Rotterdam na de Tweede Wereldoorlog en emotionele verwaarlozing uit zijn jeugd, die moeilijk relaties en contacten kon onderhouden, besefte nu zelf ook tussen alle onrust en verwardheid door: ‘Ik ga dood.’

Ergens was het goed dat we dit konden uitspreken met zijn drietjes, maar het voelde ook heel vreemd. Opeens dient zich het einde van het leven aan van mijn vader.
Een bijzondere nacht volgde, dwars door alle onrust en gekkigheid heen, waarbij het ook mooi was mijn vader te kunnen zeggen: ‘Ondanks alles wat er is gebeurd, ben ik dankbaar dat je mijn vader bent geweest.’
Hij kon amper zijn hoofd bewegen, natuurlijk (de verschillende nekkragen die hij na de val van de trap allemaal had gehad in ruim een week tijd, die geen van allen passend bleken, had hij nu niet meer om; het was goed zo). Hij zocht regelmatig echt contact, keek ons aan, glimlachte, liet zich door ons steeds weer geruststellen om wel te blijven liggen en gaf aan het fijn te vinden dat we er waren en wilde dat het ‘nu’ klaar was.

Hij wilde ook nog wel een pilsje drinken; zijn favoriete Baco’s konden we hem niet aan helpen, maar hij kreeg vanuit het huis een alcoholvrij biertje dat hij in één teug leegdronk.
Er waren ook momenten dat hij zijn overleden broertje riep: ‘Broertje, ik kom eraan. Broertje, ben je daar? Wacht op mij.’

Ik zal verder niet ingaan op het medicatiebeleid dat er die nacht voor mijn vader was. Het was in ieder geval niet toereikend voor een forse man met een alcoholontrekkingsdelier, kan ik je zeggen, die zich meer dan akelig voelde.

De volgende ochtend kwam eindelijk het moment om met de betrokken arts verder te spreken, waarbij mijn vader gelukkig weer in een wat diepere sedatie was geraakt. De arts gaf aan dat vanuit medisch oogpunt gezien er nu geen andere uitweg meer was voor mijn vader. Dat wisten wij ook wel. Het was goed dat de beslissing om verder in te zetten op continu palliatieve sedatie was genomen. Maar mijn vader brak er dwars doorheen met zijn alcoholverslaving, waarop weer de onrust, het overal aanzitten en plukgedrag continu aanwezig waren.
Hij kon niet langer dan één of twee minuten stil liggen (een pomp was toen nog niet aangesloten; alles ging nog per losse bolussen). Een katheter plaatsen lukte ook niet; hier was ambulancepersoneel nog extra voor gekomen.
Het ‘moeten wachten als dochter zijnde’ totdat mijn vader verder sedatie kon krijgen, duurde een eeuwigheid—echt 45 minuten. Wat was ik fel en link naar het personeel aldaar.

Einde van de middag, 10 mei: de pomp was aangesloten, en mijn vader was eindelijk in een verlaagd bewustzijn gekomen, waarbij ontspanning en rust zichtbaar waren bij hem.
Mijn zus belt of ze nog met mijn neefje zal komen zodat hij opa kan zien. Dat lijkt mij nu de rust er is een goed plan. Ook mijn dochters zijn in de buurt. De oudste, die midden in haar examens zit, bel ik dat ze ook nog even kan komen, want we zijn hier allemaal zo.
Ook de oudste en beste vriendin van mijn vader is er, net als zijn ex-vrouw, onze moeder, die de hele dag al aanwezig is.
Mijn jongste dochter zit er ook bij, staat op, voelt zich opeens benauwd worden en loopt de kamer uit. Dan beginnen direct de ademstops bij mijn vader.
Ik bel mijn zus, die al lopend onderweg is, dat ze moet opschieten en zeg dat hij met zijn laatste stukje bezig is.
Mijn oudste dochter komt net aan met de fiets, mijn jongste dochter komt ook weer terug de kamer in. En dan, als we er allemaal bij zijn, blaast hij zijn laatste adem uit.
Daar waar hij in het leven zo moeilijk contacten kon aangaan en onderhouden, heeft hij nu het moment gekozen om de overgang te maken, het leven los te laten, in het bijzijn van alle mensen van wie hij hield en wij van hem.

10 mei 2024. Vandaag is het een jaar geleden. Het is alsof het weer de dag van gister is. Het was ook de eerste ontmoetingsdag van mijn ouders, en het was ook mijn eigen trouwdag, tot aan de scheiding vijf jaar geleden.

Bijzonder hoe alles samen kan komen.